Pomphuis

Groningen

Pomphuis

Het gebouw aan de Kleine der A is in 1872 gebouwd als pomphuis voor de riolering van de binnenstad en is waarschijnlijk ontworpen door stadsbouwmeester J.G. van Beusekom. Later is het gebruikt als transformatorhuis en pomphuis voor de brandweer. Tegenwoordig staat het gebouw voor het grootste deel leeg. Er zijn plannen voor een museumcafé inclusief terras als onderdeel van het Noordelijke Scheepvaartmuseum.

  • Kleine der A 7, Groningen
  • 1872
  • Wist u dat er plannen zijn om het pomphuis in te richten als café?

Het monument

Het gebouw aan de Kleine der A is om een aantal redenen van belang. Allereerst om de stedenbouwkundige situering als een vrijstaand gebouw. Omdat dit gebouw uit 1872 bebouwing uit de 17e eeuw vervangt, is er sprake van historische continuïteit. Daarnaast is het gebouw van belang vanwege de bouwmassa en de karakteristieke architectuur. Tot slot is het gebouw belangrijk vanwege de betekenis in de sociaaleconomische ontwikkeling van de stad, met nadruk op de ontwikkeling van het rioleringsstelsel in de 19e eeuw die de volksgezondheid sterk verbeterde. 

De geschiedenis

In 1872 kocht de gemeente Groningen de oude bebouwing op die stond op de hoek van de Kleine der A en de Schuitemakersstraat. Het oude gebouw werd gesloopt en daarvoor kwam een stoompompgemaal met een bovenwoning in de plaats. Het pompgemaal was nodig om het riool in de stad door te spoelen met water uit de A. Het riool dat toen in de stad lag, was niet schuin genoeg aangelegd. Daardoor stroomde het slecht door, vooral met droog weer. Door water door het riool te pompen, bleef het riool goed doorstromen. 

In 1907 werd het stoomwerktuig waarmee de pomp werd aangedreven vervangen door een elektrische pomp. Daarvoor was de grote schoorsteen ook niet meer nodig en werd het gesloopt. 

De oude rioolinstallatie in de stad werd in 1926 vervangen en uitgebreid. Daardoor was het pompgemaal helemaal niet meer nodig. Daarom nam de brandweer een gedeelte van het gebouw over in 1927. De brandweer gebruikt het gemaal om bluswater uit de A naar grote reservoirs onder de Vismarkt en Grote Markt te pompen. Een jaar later, in 1928, werd een deel van het gebouw omgebouwd tot transformatorruimte voor het Gemeentelijk Elektriciteitsbedrijf. Al die tijd wordt de bovenverdieping gebruikt als woonruimte. 

In 1948 en in 1955 is het gebouw van binnen een aantal keer verbouwd. De transformatorruimte is daarbij altijd behouden gebleven, evenals de twee bovenwoningen. Tegenwoordig staat het gebouw leeg.